Wij gebruiken cookies op onze website om u de meest relevante ervaring te geven door het onthouden van uw voorkeuren en herhaalde bezoeken. Door op "Accepteren" te klikken, stemt u in met het gebruik van ALLE cookies. U kunt echter ook naar "Afwijzen". Lees het cookiebeleid voor meer informatie.
Inschrijven
Hier vind je het inschrijfformulier voor 2027. Met je inschrijving geef je aan dat je belangstelling hebt voor een lidmaatschap. Je inschrijving geeft je geen garantie op toelating. Zodra we het aantal beschikbare plaatsen weten wijze we die toe volgens het toelatingsbeleid per baan. Een van de vragen is om aan te geven hoeveel punten je zelf denkt te hebben. Dit kun je terugvinden in het toelatingsbeleid. Wellicht handig om dit van te voren al te bekijken.
Login
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Nunc id elit ultrices risus vehicula elementum non vel diam. Integer mollis ex id nisl elementum, vitae vestibulum diam auctor.
Niet echt het jaargetijde om naar rozen te speuren. Toch zijn ze te vinden. Tussen november en maart beginnen de geweien van het ree te groeien, bij de mannetjes uiteraard. Heel jonge mannetjes doen ook hun best, maar komen slechts tot knobbels die weer afvallen in de zomer. Oudere mannetjes krijgen een heus gewei, dat bestaat uit twee stangen die uitgroeien uit benige uitgroeisels op de schedel. Dat zijn de ‘rozenstokken’. Geweien, ook het bescheiden gewei van het ree, wordt graag beschreven in jagerstaal. De stangen heten ‘enden’, voor 2 en achter 2. Een ree is dan een 4-ender. De grote herten op de Veluwe kunnen veel meer enden hebben, en zijn 6- tot 10-enders. Deze edelherten, bekend om hun geburl, leveren vaak hevige strijd met elkaar om een wijfje. Reeën zijn geen grote vechters, en verliezen hun gewei langs natuurlijke weg, als het zijn werk – het imponeren van een vrouwtje en rivalen – gedaan heeft.
De mannetjes reeën die we op Amelisweerd kunnen waarnemen – een vrouwtje is al verschenen in de vorige Nieuwsbrief – hebben nu inderdaad een gewei. Het is nog heel pluizig, fluweelachtig, maar al een eind op gang. We zien op de nachtbeelden vaak een mannetje, dat peinzend kijkt naar één of twee vrouwtjes die langslopen. Tussen maart en juni is het gewei volgroeid, en moet het indruk maken op tegenstanders wanneer het om paren gaat.
Hieronder een reebok, met fluwelen gewei, die een tweetal vrouwtjes tussen de bomen staat na te kijken.
De doorbloeding is gestopt na maart, en het mannetje zal dan met het gewei stevig tegen bomen aan schuren, om de fluweelachtige huid te doen verdwijnen. Het fluweel wordt ‘verwijderd’ van het gewei, en de lichtgekleurde benige stangen zullen door het schuren steeds donkerder worden. Hopelijk gaan we dat ook zien op de baan. Het is nu een echt gewei, van benig materiaal. Bij het schuren langs bomen laat de bok bovendien een geurspoor achter, waarmee hij zijn territorium afbakent.
De bronstijd is gemiddeld van half juli tot augustus. Daarna neemt het testosteron gehalte bij de mannetjes af, waardoor het benige materiaal aan het uiteinde van de rozenstokken verdwijnt, en het gewei afvalt. Het wordt weer rustig in het bos, tot de volgende cyclus begint.
Wordt vervolgd.
Hierboven de bok, met ‘pluizig gewei’.
Hieronder een nieuwsgierig vrouwtje (waarschijnlijk).
Om maar aan te geven dat ik niet zeker ben, reeën zonder gewei kunnen mannetjes en vrouwtjes zijn, maar in deze tijd verwacht je wel gewei of geweiknobbels bij de mannetjes.
Ik heb gebruik gemaakt van de website onzenatuur.be voor de gegevens over gewei en bronst.