Login
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Nunc id elit ultrices risus vehicula elementum non vel diam. Integer mollis ex id nisl elementum, vitae vestibulum diam auctor.
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Nunc id elit ultrices risus vehicula elementum non vel diam. Integer mollis ex id nisl elementum, vitae vestibulum diam auctor.
Jaarlijks doen we mee met de landelijke vogeltelling op NGF-golfbanen. Na 4 jaargangen waren we dit keer met zijn 12-en, onder leiding van Nanne Nauta, een befaamd lokaal vogelaar. Stipt om 6 uur opende het hek zich, dankzij onze manager, en kwam de eerste teller binnen. Om 6:15 was iedereen er, en begon de tocht. Zoals gebruikelijk hadden de echte kenners al de nodige soorten gehoord. Het doel was de 49 soorten van vorig jaar ten minste te evenaren. Kijkers, camera’s, statieven en gewoon, de oren gespitst en een potlood in de hand, men was voorbereid.
Het was een mooie ochtend, en de goede oren, zelfs mijn elektronisch versterkte gehoor, pikte al snel een veelbelovend gemengd concert op, alsof het vogel orkest nog aan het stemmen was. Sommige zang is voortdurend in de lucht, anderen moeten min of meer bij toeval, en met geduld opgepikt worden. De zanglijster bij voorbeeld is vrijwel niet te missen, met fors en toch muzikaal geluid.

Zo veel als er te horen was, de meeste vogels hielden zich wat verborgen met de sterke wind die er woei. Toch zaten er veel vogels in de hoogste top, en hielden zich goed vast. Het uitzicht moet ook geweldig zijn op 15 meter hoog.
Ook kraaien hielden zich hoog in de boom op, het leek op een lesje ‘hoe gedraag ik me als kraai’ tussen jong en ouder.

Gevolgd door een brutaal antwoord van de puberzoon:

Andere vaste gasten, of overvliegers, waren voortdurend in het zwerk te zien, ganzen, eenden, gierzwaluwen, scholeksters, zwanen maar helaas geen meeuwen, valk of ooievaar. Wel te zien was de aalscholver, waarschijnlijk thuis op de plas naast hole 12.

De opvallende ‘nieuwe’ waarnemingen betroffen onder andere een kievit, die ik in grote getalen heb gezien tijdens de Covid sluiting van de baan, maar later eigenlijk niet. Ook een kneu werd gezien, die ook niet eerder bij ons is gezien. Het is een heel bescheiden vogeltje, en vooral op de rug gezien niet heel opvallend. Wel is het een heel elegant beestje, en zoals aan de snavel te zien is, lid van de vinken familie.

Van voren is de kneu makkelijker te herkennen, en ook mooier (dat is een kwestie van smaak), met zijn rode borst in de kleur van de wangen van een blozend meisje. Hieronder een kneu van opzij, gezien op Texel.

De kievit zal ongetwijfeld bekend zijn, maar voor de zekerheid dit fraaie exemplaar, gezien in de Arkemheense polder.

Voor de echte vogelaar is het geluid soms van meer belang dan het zien. Met mijn slechte gehoor moet ik het toch vooral hebben van het (gewapende) oog. Wat ik wel goed hoor, is het wat mij betreft nogal irritante geluid van de tjif tjaf: wel handig voor de herkenning, maar uiterst monotoon. Het beestje valt niet geweldig op door zijn uiterlijk, een waardig vertegenwoordiger van de orde der KBV’s, kleine bruine vogeltjes. Wat mij betreft is ie mooier dan ie klinkt.

Ten slotte, een belofte van een nieuwe generatie, de fuut die, geduldig in het riet verscholen, zit te broeden.

Op naar de lente, een nieuw geluid, en nieuwe gevleugelde bezoekers.
Bedankt, Nanne, Marion, Judy, Rina, Saskia, Bas en Martha, Jane, Jan Dirk, Joost, Henne en Ingelies. Tot volgend jaar, maar eerder mag ook…
Dop Bär